Meer
Publicatiedatum: 16-10-2019

Inhoud

Programma onderdelen

Overhead en vennootschapsbelasting

 

Overzicht van de kosten van overhead

Met ingang van 2017 is het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) gewijzigd. Eén van de wijzigingen betreft de toerekening van overhead.
Onder overhead wordt verstaan het geheel van functies gericht op de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces. In het gewijzigde BBV worden baten en lasten van overhead niet meer onder de afzonderlijke beleidsprogramma’s geregistreerd maar centraal onder een afzonderlijk taakveld. Hiermee vervalt de noodzaak van een complexe en veelal ondoorzichtige kostentoerekening aan alle gemeentelijke taken en activiteiten. Deze methodiek is ook van toepassing op de toerekening van rente. De bepalingen en richtlijnen van de notitie hebben geleid tot aanpassing van het gemeentelijk rentebeleid. Hiervoor is de rentenota 2017 opgesteld. Deze nota is op 29 juni 2017 vastgesteld in de raad. De bepalingen en richtlijnen voor de toerekening van rente treden in werking met ingang van het begrotingsjaar 2018.

Hiermee winnen begroting en verantwoording aan transparantie; de raad kan beter sturen op de bedrijfsvoering. Bovendien kan door het hanteren van een eenduidige systematiek een betere vergelijking worden gemaakt met andere gemeenten.

Om de raad op eenvoudige wijze meer inzicht te geven in de totale kosten van de overhead voor de gehele organisatie en ook meer zeggenschap over die kosten te geven is een apart overzicht opgenomen van de kosten van de overhead. Dit overzicht is opgenomen bij het overzicht ‘Lasten en baten per pijler.

 

Bedrag voor de heffing voor de vennootschapsbelasting

Per 1 januari 2016 is de VPB voor gemeenten ingevoerd. Indien, met name grondbedrijf, winstgevend is dient vennootschapsbelasting te worden betaald. De opbrengsten van het grondbedrijf worden dan opgenomen in de aangifte vennootschapsbelasting. De conclusie van de eigen berekening over 2016, 2017 en 2018 was negatief. Dit betekende dat bovengenoemde activiteiten voor deze jaren niet winstgevend zijn geweest, zodat wij hierover geen vennootschapsbelasting hoeven te betalen. Deze conclusie met onderbouwing hebben wij voorgelegd aan de Belastingdienst ter beoordeling. De Belastingdienst heeft de cijfers van 2016 beoordeeld en bevestigd dat het grondbedrijf over 2016 niet belastingplichtig was. Over 2017 en 2018 hebben we nog geen bericht van de belastingdienst ontvangen.

Uit eigen berekeningen op basis van prognoses van het grondbedrijf blijkt ook dat het te verwachten bedrag aan VPB op de grondexploitaties op korte termijn beperkt is.