Meer
Publicatiedatum: 16-10-2019

Inhoud

Programma onderdelen

Grondbeleid

Grondbeleid

Onder grondbeleid wordt verstaan het gehele instrumentarium dat de gemeente ter beschikking staat om ruimtelijke doelstellingen te realiseren. Het grondbeleid heeft een grote financiële impact. De eventuele baten, maar vooral de financiële risico’s zijn van belang voor de financiële positie van de gemeente. Gelet op deze risico’s is een afzonderlijke paragraaf over het grondbeleid verplicht gesteld.

 

Nota Grondbeleid

In de raadsvergadering van 25 juni 2015 is de nota Grondbeleid 2015 vastgesteld. Doel van deze nota is het actualiseren van en het inzicht bieden in de hoofdlijnen voor het voeren van een samenhangend, strategisch en effectief grondbeleid.

In de nota wordt een beschrijving gegeven van:

  • Het juridisch kader voor het grondbeleid (wetgeving en overheidsbeleid).
  • Het grondbeleid, de keuze tussen actief en facilitair grondbeleid en de samenwerking met derden.
  • De verschillende aspecten die een rol spelen bij de verwerving van grond.
  • Het gronduitgifte- en prijsbeleid.
  • De financiële kaders voor grondexploitatie.

 

De financiële positie

Een financieel uitgangspunt bij grondexploitaties is het realiseren van een sluitende exploitatie, waarin alle kosten voor het realiseren van het openbaar gebied worden verhaald in de grondopbrengst inclusief een bijdrage in de infrastructuur in de ruimste zin van het woord.

 

De financiële positie per complex per 1 januari 2019
Complex boekwaarde m2 nog te Verwacht verwachte
01-01-2019 verkopen resultaat einddatum
In exploitatie
Nooitgedacht 7.283.425 80.908 0 2025
Bloemakkers 1.657.600 35.033 0 2024
Eext Noord Oost 28.310 1.551 90.000 2020
SWS Oostermoer Gieterveen 215.511 3.365   0 2021
Gasteren 3e fase  54.912 835  120.000 2019
Totaal 9.129.934 121.292 210.000

Van de complexen worden bij de najaarsnota en de jaarrekening afzonderlijke voortgangsrapportages opgenomen.

 

Algemene reserve grondbedrijf en weerstandsvermogen

Verliezen kunnen het gevolg zijn van twee soorten risico’s:

  • voorzienbare (exploitatie) risico’s;
  • onvoorzienbare of algemene (conjuncturele of markt) risico’s.

De voorzienbare risico’s blijken uit de jaarlijkse toelichtingen op de bouwrekeningen. Ook voor onvoorzienbare risico’s, ontstaan door negatieve conjuncturele ontwikkelingen en/of rentestijging, dient een algemene reserve grondbedrijf in stand te worden gehouden. Het bepalen van de noodzakelijke omvang van de algemene reserve grondbedrijf is niet eenvoudig, omdat de omvang afhangt van onzekere factoren als marktontwikkelingen, de rentestand en de verwachte resultaten.
Geconcludeerd kan worden dat, mede op basis van de boekwaarden, de grootste risico’s betrekking hebben op de complexen Nooitgedacht en Bloemakkers.
De beoordeling of er voldoende reserves zijn om de risico’s te kunnen opvangen is lastig. We trachten hieronder een reëel en zo compleet mogelijk beeld te geven.

Weerstandsvermogen conform de nota grondbeleid

In de nota Grondbeleid is de minimale omvang van het weerstandsvermogen ten behoeve van algemene risico’s gesteld op 15% van de positieve boekwaarden, vermeerderd met de nog te maken kosten, het krediet voor strategische aankopen en het verwachte eindresultaat.

 

Weerstandsvermogen
Positieve boekwaarde onderhanden werken per 1-1-2019 9.129.934
Nog te maken kosten objecten onderhanden werk 6.287.117
Verwachte nadelige toekomstige resultaten 0
Totaal 16.417.051

Het benodigde weerstandsvermogen bedraagt € 2.462.558 (15% van € 16.417.051).

Risico’s per exploitatie

Naast een beoordeling van het weerstandsvermogen van het totale grondbedrijf is het ook mogelijk om de risico’s per exploitatie in beeld te brengen. Voor de risicoberekening zijn we ervan uitgegaan dat een aantal risico’s zich voor zal doen.

 

De berekende risico’s zijn:

  • De looptijd van de grondexploitatie is (2 jaar) langer dan begroot.
  • De jaarlijkse kostenstijging is (1%) hoger dan begroot
  • De opbrengstinflatie van de grondexploitatie is (1%) lager dan begroot
  • Het rentepercentage over de boekwaarde is (1%) hoger dan begroot.

Exploitatie Risico
Bloemakkers 87.000
Nooitgedacht 1.121.000
SWS Oostermoer 43.000
Eext Noord Oost 0
Gasteren 0
Totaal 1.251.000

Op basis van de analyse per exploitatie is sprake van een lager risico (€ 1.251.000) dan op basis van de berekening van het benodigd weerstandsvermogen (€ 2.462.558) voor het totale grondbedrijf.

Algemene reserve grondbedrijf

De algemene reserve grondbedrijf is de afgelopen jaren behoorlijk gegroeid. Belangrijkste oorzaken hiervan zijn het geheel of gedeeltelijk vrijvallen van een aantal voorzieningen voor de grondexploitaties Nooitgedacht en Bloemakkers en de positieve resultaten van het grondbedrijf als geheel de afgelopen jaren. De gewenste minimale omvang van het weerstandsvermogen is de afgelopen jaren ongeveer gelijk gebleven. Het college heeft daarom besloten € 4.000.000 vanuit de reserve grondbedrijf vrij te laten vallen ten gunste van de Vrije Algemene Reserve.

Algemene reserve grondbedrijf per 01-01-2019 6.269.000
Mutaties 2019
·        Rekening resultaat 2018 309.000
·        Vrijval ten gunste van de VAR 4.000.000
Algemene reserve per 31-12-2019 2.578.000
Mutaties 2020
·        Verwacht resultaat 2019 300.000
Algemene reserve per 31-12-2019 2.878.000

Conclusie

Het hoogste van de twee berekende risicobedragen is € 2.462.558. Dit is het minimaal benodigde weerstandsvermogen. De algemene reserve grondbedrijf voldoet aan deze eis. Het risicobedrag is ook opgenomen in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing.

Actualiteit

Vennootschapsbelasting (VPB)

Voor het jaar 2018 heeft er wederom een beoordeling plaatsgevonden van de gemeentelijke activiteiten. Door een herijking van de grondexploitaties en een positieve tendens in de verkopen van onder meer Bloemakkers is opnieuw een beoordeling van de Vpb plicht over 2018 uitgevoerd. Uit deze eerste beoordeling blijkt dat het grondbedrijf waarschijnlijk over het geheel vanaf 2018 belastingplichtig is. Uit de eerste berekeningen komt naar voren dat over 2018 een negatief resultaat verwacht wordt, er wordt naar alle waarschijnlijkheid aangifte vennootschapsbelasting gedaan zodat compensabele verliezen in de toekomst met eventuele winsten kunnen worden verrekend.