Meer
Publicatiedatum: 16-10-2019

Inhoud

Programma onderdelen

Lokale heffingen

Lokale heffingen

 

De lokale heffingen kunnen worden onderscheiden in belastingen en retributies.

Belastingen zijn verplichte betalingen waar geen rechtstreekse individuele tegenprestatie van de gemeente tegenover staat. De onroerende zaakbelastingen (OZB), afvalstoffenheffing, rioolheffing, toeristenbelasting en forensenbelasting vallen hieronder.

Retributies zijn betalingen die krachtens algemene regelen worden gevorderd ter zake van een concrete door de gemeente bewezen dienst. Hierbij valt te denken aan leges, brandweerrechten en lijkbezorgingsrechten.

De lokale heffingen vormen een belangrijk onderdeel van de inkomsten van de gemeente. Van de lokale heffingen die bij de algemene dekkingsmiddelen horen is de OZB de belangrijkste. De OZB is ca. 10,5 % van de totale algemene dekkingsmiddelen. De andere belastingen die als algemeen dekkingsmiddel dienen zijn de toeristenbelasting en de forensenbelasting. Heffingen die ter dekking van specifieke kosten dienen zijn de afvalstoffenheffing en de rioolheffing.

Tarieven
2019 2020
Onroerende zaakbelastingen
OZB-eigenaren woningen naar percentage van de waarde 0,1236% 0,1191
OZB-eigenaren niet-woningen naar percentage van de waarde 0,2043% 0,2068
OZB-gebruikers niet-woningen naar percentage van de waarde 0,1124% 0,1112
Forensenbelasting
-      Waarde tot € 50.000 269,00 276,00
-      Waarde van € 50.000 tot € 75.000 406,00 417,00
-      Waarde van € 75.000 tot € 130.000 544,00 558,00
-      Waarde van € 130.000 tot € 200.000 682,00 700,00
-      Meer dan € 200.000 819,00 840,00
Toeristenbelasting 1,20 1,20
Afvalstoffenheffing
-      Eenpersoonshuishouding 152,50 162,50
-      Meerpersoonshuishouding 203,00 216,00
Rioolheffing
- WOZ-waarde van € 0 tot € 15.000 0,00 0,000
- WOZ-waarde van € 15.000 tot € 50.000 55,000 53,000
- WOZ-waarde van € 50.000 tot € 100.000 121,00 118,000
- WOZ-waarde van € 100.000 tot € 150.000 153,000 149,000
- WOZ-waarde van € 150.000 tot € 250.000 163,000 159,000
- WOZ-waarde van € 250.000 tot € 400.000 172,000 168,000
- WOZ-waarde van € 400.000 tot € 600.000 197,000 193,000
- WOZ-waarde van € 600.000 tot € 800.000 218,000 213,000
- WOZ-waarde van € 800.000 tot € 1.000.000 262,000 256,000
- WOZ-waarde van € 1.000.000 tot € 2.000.000 441,000 432,000
- WOZ-waarde van € 2.000.000 tot € 3.000.000 2.706,000 2.651,000
- WOZ-waarde van € 3.000.000 tot € 5.000.000 5.413,000 5.304,000
- WOZ-waarde van € 5.000.000 tot € 10.000.000 6.720,000 6.585,000
- WOZ-waarde van € 10.000.000 tot € 25.000.000 8.975,000 8.795,000
- WOZ-waarde van € 25.000.000 tot € 50.000.000 13.305,000 13.038,000
- WOZ-waarde vanaf € 50.000.000 27.063,000 26.521,000
Geraamde inkomsten
2019* 2020**
OZB 4.301.000 4.402.000 *** * Raming inclusief begrotingswijzigingen
Forensenbelasting 138.000 142.000 ** Raming primitieve begroting inclusief voorstellen collegeprogramma
Toeristenbelasting 1.447.000 1.447.000 *** Inclusief trend 1,5%, areaalacres 2020 en compensatie verlaging rioolheffing.
Afvalstoffenheffing 2.018.000 2.155.000
Rioolheffing 2.072.000 2.051.000
Leges omgevingsvergunning 541.000 556.000
Leges burgerzaken 311.000 312.000
Lijkbezorgingsrechten 130.000 133.000
Overige leges (programma 1, 2 en 3) 17.000 17.000

Beleid ten aanzien van de lokale heffingen

OZB

In het belastingjaar 2020 worden de onroerende zaakbelastingen geheven op basis van de WOZ-waarden die naar peildatum 1 januari 2019 worden vastgesteld. Uit voorlopige berekeningen blijkt dat de gemiddelde waarde van woningen ten opzichte van peildatum 1 januari 2018 is gestegen met 5%. De gemiddelde waarde van niet-woningen is met 1% gestegen ten opzichte van deze peildatum.

Voor de berekening van het tarief voor de OZB voor 2020 gaan we uit van de OZB-opbrengst 2019, inclusief een trendmatige verhoging van 1,5% en areaalontwikkeling. Daarnaast wordt in het kader van de bezuinigingen, via de zogenaamde uitruil van belastingen (‘communicerende vaten’), nog een extra opbrengst geraamd ter compensatie van de verlaging rioolheffing (€ 21.000). De totale opbrengst voor 2020 wordt geraamd op € 4.402.000.

De lokale lasten van burgers worden gezien als ‘communicerende vaten’, omdat het er voor de inwoner uiteindelijk om gaat wat zijn totale lastendruk is. Daarom kan een verlaging van de opbrengsten voor de rioolheffing gecompenseerd worden door een even grote verhoging van de opbrengst OZB. De compensatie voor de rioolheffing wordt ten laste gebracht van de eigenaren van de woningen en de niet-woningen.

Bij de berekening van de nieuwe tarieven en de opbrengst moet rekening worden gehouden met de daarvoor geldende wettelijke kaders zoals aangegeven in de Gemeentewet.

Er bestaat een relatie tussen de OZB en de algemene uitkering uit het gemeentefonds. De Financiële Verhoudingswet regelt onder meer de verdeling van de algemene uitkering uit het gemeentefonds over de gemeenten. De algemene uitkering wordt over de gemeenten verdeeld met behulp van verdeelmaatstaven die verschillen in kosten weerspiegelen, maar ook verschillen in belastingcapaciteit. De belastingcapaciteit is een afgeleide van de waarde van onroerende zaken. Gemeenten met binnen hun grenzen veel hoog gewaardeerde onroerende zaken ontvangen een lagere uitkering dan soortgelijke gemeenten met minder waardevolle onroerende zaken.

Het is de planning dat de aanslagen OZB 2020 met dagtekening 31 januari 2020 worden opgelegd.

Herwaardering naar waardepeildatum 1 januari 2019

De Wet WOZ stelt steeds hogere eisen aan de WOZ-administratie. De WOZ-waarde wordt voor veel doeleinden gebruikt en de WOZ-waarde van woningen is openbaar.

De WOZ-waarde wordt door de gemeente gebruikt voor het bepalen van het tarief voor de onroerende zaak belastingen, de rioolheffing en de forensenbelasting. De belastingdienst gebruikt de WOZ-waarde voor de inkomstenbelasting, schenkbelasting en erfbelasting. Het waterschap gebruikt de WOZ-waarde voor watersysteemheffing. Sinds oktober 2015 wordt de WOZ-waarde ook gebruikt voor het woningwaarderingsstelsel, een systeem om de maximale huurprijs voor woningen in de gereguleerde huursector te bepalen.

De WOZ-administratie is één van de zogeheten basisadministraties. De WOZ-gegevens worden uitgewisseld met de landelijke voorziening WOZ.

Momenteel zijn we volop bezig met de herwaardering van onroerende zaken naar waardepeildatum 1 januari 2019. Voor de herwaardering gebruiken wij het taxatiepakket, 4WOZ. 

Zowel de woningen als de niet-woningen worden in eigen beheer gewaardeerd. Bij de herwaardering van niet-woningen worden wij ondersteund door een extern bureau. De agrarische objecten en de incourante objecten worden geautomatiseerd getaxeerd middels een koppeling met de landelijke taxatiewijzers (TIOX).

De WOZ-waardering vindt jaarlijks plaats. De periode tussen de peildatum en de aanvang van het tijdvak is 1 jaar. In het jaar 2020 zal er een nieuw WOZ-tijdvak ingaan met waardepeildatum 1 januari 2019.

De beschikkingen voor het jaar 2020 moeten voor 1 maart 2020 worden verzonden. De WOZ-beschikking wordt gecombineerd met de aanslag gemeentelijke belastingen opgelegd met dagtekening 31 januari 2020.

 

 Afvalstoffenheffing

Als uitgangspunt voor de bepaling van het tarief voor de afvalstoffenheffing geldt 100% kostendekkendheid. De kosten van de gemeentereiniging worden voor 2020 geraamd op € 2.155.000.

Heffingssystematiek

De afvalstoffenheffing is een tijdvakafhankelijke heffing. Dit betekent dat bij vestiging een aanslag naar tijdsgelang wordt opgelegd en dat bij verhuizing naar een andere gemeente of overlijden een vermindering naar tijdsgelang wordt verleend.

Berekening van kostendekkendheid afvalstoffenheffing
(bedragen x € 1.000)
Kosten taakveld 2.153
Inkomsten taakveld -620
Netto kosten taakveld 1.533 71%
Toe te rekenen kosten:
Overhead 215 10%
Rente 42 2%
BTW 314 15%
Kwijtschelding 51 2%
Totaal kosten 2.155
Opbrengst heffingen 2.155 100%

De BTW is berekend over de kosten die daarvoor in aanmerking komen.

 

Rioolheffing

De rioolheffing is een bestemmingsbelasting en dient ter bekostiging van de gemeentelijke watertaken voor afvalwater, hemelwater en grondwater. Het Verbreed Gemeentelijk Riolering Plan (VGRP) vormt de basis voor de te plegen investeringen. De te plegen investeringen vanuit het VGRP worden gedekt uit de rioolheffing. De opbrengst voor de rioolheffing wordt geraamd op € 2.051.000. Hierop is een bedrag van € 21.000 in mindering gebracht in verband met lagere lasten voor de gemeentelijke watertaken (zie ook de tekst m.b.t. de ‘communicerende vaten’ bij het onderdeel OZB).

Heffingssystematiek

De rioolheffing is een tijdstipafhankelijke heffing. Dit betekent dat de rioolheffing wordt geheven van degene die op 1 januari van het belastingjaar eigenaar is van een perceel. Het tarief is afhankelijk van de WOZ-waarde van het perceel.

Berekening van kostendekkendheid rioolheffing
(bedragen x € 1.000)
Kosten taakveld 1.444
Inkomsten taakveld -3
Netto kosten taakveld 1.441 70%
Toe te rekenen kosten:
Overhead 231 11%
Rente 141 7%
BTW 58 3%
Straatvegen 32 2%
Slootonderhoud 109 5%
Vijveronderhoud 39 2%
Totaal kosten 2.051
Opbrengst heffingen 2.051 100%

De BTW is de bevroren BTW component die met ingang van de intrede van het BTW compensatiefonds wordt berekend over de exploitatielasten.

 

 Toeristenbelasting

Het tarief per persoon per overnachting bedroeg in 2019 € 1,20.

Zowel binnen het Algemeen Bestuur van het Recreatieschap Drenthe als binnen het portefeuillehoudersoverleg Financiën van de VDG wordt gestreefd naar uniformiteit ten aanzien van het tarief voor de toeristenbelasting in alle Drentse gemeenten. Het beleid is om ons te conformeren aan de afspraken die wij in dit verband hebben gemaakt met het Recreatieschap Drenthe. Het Recreatieschap Drenthe heeft voorgesteld om voor 2016 een tarief te hanteren van € 1,05 en dit tarief voor de komende 4 jaren te laten stijgen met € 0,05. Hierbij adviseren ze een bandbreedte van 20% om af te wijken van het voorgestelde tarief.

In het kader van de bezuinigingen, de bevriezing van de tarieven in 2014 en 2015, de gemiddelde tarieven in Drenthe en landelijk en rekening houdend met de bandbreedte van 20% om af te wijken van het voorgestelde tarief, is het tarief voor belastingjaar 2018 en 2019 vastgesteld op € 1,20. In het coalitieakkoord is aangegeven om het tarief voor de toeristenbelasting het komende jaar niet te verhogen. Het tarief voor de toeristenbelasting 2020 is daarom vastgesteld op € 1,20.

De geraamde opbrengst toeristenbelasting 2020 bedraagt € 1.447.000.

Tot 2018 hanteerden we voor het opleggen van de aanslagen toeristenbelasting het systeem waarbij in het belastingjaar een voorlopige aanslag werd opgelegd op basis van 75% van het aantal overnachtingen van het voorgaande jaar. Na afloop van het belastingjaar werd een definitieve aanslag opgelegd op basis van de werkelijke overnachtingen die in het belastingjaar hebben plaatsgevonden. Omdat het aantal vragen over beide aanslagen is toegenomen, met name over de berekening en verrekening, en de kosten van aanslagoplegging en invordering steeds hoger worden, wordt geen voorlopige aanslag meer opgelegd.

Evenals in voorgaande jaren is het mogelijk voor recreatieondernemers om het nachtverblijfregister digitaal te verstrekken. Net als vorig jaar zal, in navolging van ontwikkelingen bij de landelijke overheid om te komen tot administratieve lastenverlichting voor burgers en bedrijven binnen de gemeente en ook voor de gemeente zelf, geen aanslag toeristenbelasting worden opgelegd als er minder dan 50 overnachtingen hebben plaatsgevonden.

 

Forensenbelasting

Voor belastingjaar 2020 stellen wij voor om de tarieven trendmatig te verhogen met 2,6%. De geraamde inkomst voor 2020 bedraagt € 142.000.

Met ingang van 1 januari 2020 worden de waarden opnieuw vastgesteld naar waardepeildatum 1 januari 2019. Uit marktanalyse blijkt dat de gemiddelde waarde van recreatiewoningen in de periode tussen de peildatum 1 januari 2018 en 1 januari 2019 is gestegen (ca. 5% stijging). De waardeklassen hoeven daarom niet te worden verlaagd of verhoogd.

 

Lijkbezorgingsrechten

Voor belastingjaar 2020 stellen wij voor om de tarieven trendmatig te verhogen met 2,6%. De geraamde inkomst voor 2020 bedraagt € 133.000.

 

Leges

Voor de bepaling van de tarieven voor de leges geldt als uitgangspunt dat deze maximaal 100% kostendekkend mogen zijn. Vanuit de organisatie is in 2017 gekeken naar de kostendekkendheid van de leges omgevingsvergunning. Dit omdat door het verruimen van de mogelijkheden van vergunningsvrij bouwen en beperkte nieuwbouw de leges structureel achterbleven bij de raming. Dit gedeelte is tegen het licht gehouden. Er is gekeken naar het verschil in kostendekkendheid en naar de mogelijkheid om tot een vereenvoudiging van de tariefsopbouw te komen. Het uitgangspunt hierbij is dat kleinere bouwprojecten niet te zwaar mogen worden belast. Naar aanleiding van dit onderzoek zijn de bouwleges voor 2017 al substantieel verhoogd. Voor 2018 en 2019 zijn de tarieven vervolgens alleen trendmatig verhoogd. Wij stellen dan ook voor om de leges in 2020 wederom alleen trendmatig te verhogen met 2,6% met uitzondering van de bij wet geregelde legesbedragen. De opbrengst voor de bouwleges, leges burgerzaken en overige leges bedraagt € 885.000.

 

Kwijtscheldingsbeleid

Gemeenten kunnen met inachtneming van de Invorderingswet 1990 kwijtschelding verlenen van gemeentelijke heffingen. Gemeenten beslissen zelf of, en zo ja voor welke heffingen kwijtschelding kan worden verkregen. Gemeenten zijn gebonden aan de landelijke Uitvoeringsregeling. Alleen ten aanzien van kosten van bestaan hebben gemeenten de mogelijkheid om af te wijken van de regeling.

De rijksregeling gaat uit van 90% van de bijstandsnorm als norm voor het verlenen van kwijtschelding.

In de gemeente Aa en Hunze is er voor gekozen om 100% van de bijstandsnorm als bestaansminimum te hanteren. Onze kwijtscheldingsnorm is daarmee maximaal c.q. zo ruim mogelijk. Daarnaast is besloten om kwijtschelding mogelijk te maken voor OZB, rioolheffing en afvalstoffenheffing. Voor mensen met een inkomen dat iets meer bedraagt dan het minimum kan een gedeeltelijke kwijtschelding worden verleend.

De kwijtscheldingsverzoeken worden sinds 2011 beoordeeld door Hefpunt in Groningen. Het Hefpunt in Groningen is vanaf 2019 overgegaan in het Noordelijk Belastingkantoor.

Voor kwijtschelding van zowel de gemeentelijke belastingen als de waterschapsbelasting hoeven inwoners maar één formulier in te vullen. Wie al eens kwijtschelding heeft ontvangen, ontvangt automatisch opnieuw kwijtschelding als er sprake is van ongewijzigde omstandigheden.

 

Lokale lastendruk

In onderstaande tabel wordt de lokale lastendruk per inwoner in euro’s weergegeven over de jaren 2018 t/m 2020:

Lokale lastendruk
jaar inwoners afval riool ozb totaal per inwoner
2018 25.300 1.997.000 2.093.000 4.270.000 8.360.000 330
2019 25.385 2.003.000 2.071.000 4.301.000 8.375.000 330
2020 25.526 2.155.000 2.051.000 4.402.000 8.608.000 337

We streven er al jaren naar om de gemeentelijke lasten voor inwoners binnen de perken te houden. Tot en met belastingjaar 2019 is dit gelukt In de tabel is te zien dat de lastendruk per inwoner gelijk blijft tot en met het jaar 2019. Voor het jaar 2020 stellen we voor om een trendmatige verhoging van 1,5% toe te passen op het OZB tarief. Daarnaast is er sprake van kostenverhoging binnen de afvalverwerking en –verwijdering waardoor het tarief voor de afvalstoffeneheffing voor 2020 is gestegen. In de tabel hierboven wordt dit zichtbaar door een verhoging van de lastendruk per inwoner van € 7,-( 2,1%) ten opzichte van 2019.

Geraamde inkomsten

  

Geraamde inkomsten
2019* 2020 **
OZB 4.301.000 4.402.000 ***
Forensenbelasting 138.000 142.000 * Raming inclusief begrotingswijzigingen
Toeristenbelasting 1.447.000 1.447.000 ** Raming primitieve begroting inclusief voorstellen collegeprogramma
Afvalstoffenheffing 2.018.000 2.155.000 *** Inclusief trend 1,5%, areaalacres 2020 en compensatie verlaging rioolheffing.
Rioolheffing 2.072.000 2.051.000
Leges omgevingsvergunning 541.000 556.000
Leges burgerzaken 311.000 312.000
Lijkbezorgingsrechten 130.000 133.000
Overige leges (programma 1, 2 en 3) 17.000 17.000