Lokale heffingen

Lokale heffingen

 

De lokale heffingen kunnen worden onderscheiden in belastingen en retributies.

Belastingen zijn verplichte betalingen waar geen rechtstreekse individuele tegenprestatie van de gemeente tegenover staat. De onroerende zaakbelastingen (OZB), afvalstoffenheffing, rioolheffing, toeristenbelasting en forensenbelasting vallen hieronder.

Retributies zijn betalingen die krachtens algemene regelen worden gevorderd ter zake van een concrete door de gemeente bewezen dienst. Hierbij valt te denken aan leges, brandweerrechten en lijkbezorgingsrechten.

De lokale heffingen vormen een belangrijk onderdeel van de inkomsten van de gemeente. Van de lokale heffingen die bij de algemene dekkingsmiddelen horen is de OZB de belangrijkste. De OZB is ca. 12 % van de totale algemene dekkingsmiddelen. De andere belastingen die als algemeen dekkingsmiddel dienen zijn de toeristenbelasting en de forensenbelasting. Heffingen die ter dekking van specifieke kosten dienen zijn de afvalstoffenheffing en de rioolheffing.

Tarieven
2021 2022
Onroerende zaakbelastingen
OZB-eigenaren woningen naar percentage van de waarde 0,1134 0,1056
OZB-eigenaren niet-woningen naar percentage van de waarde 0,2064 0,2100
OZB-gebruikers niet-woningen naar percentage van de waarde 0,1120 0,1141
Forensenbelasting
-      Waarde tot € 50.000 283,00 287,00
-      Waarde van € 50.000 tot € 75.000 427,00 433,00
-      Waarde van € 75.000 tot € 130.000 571,00 580,00
-      Waarde van € 130.000 tot € 200.000 717,00 728,00
Waarde van € 200.000 tot € 300.000 860,00 872,00
Waarde van € 300.000 tot € 500.000 n.v.t 1028,00
Waarde meer dan € 500.000 n.v.t. 1178,00
Toeristenbelasting 1,20 1,20
Afvalstoffenheffing
-      Eenpersoonshuishouding 190,00 181,50
-      Meerpersoonshuishouding 253,00 242,00
Rioolheffing
- WOZ-waarde van € 0 tot € 15.000 0,00 0,00
- WOZ-waarde van € 15.000 tot € 50.000 53,00 52,00
- WOZ-waarde van € 50.000 tot € 100.000 118,00 115,00
- WOZ-waarde van € 100.000 tot € 150.000 149,00 145,00
- WOZ-waarde van € 150.000 tot € 250.000 159,00 155,00
- WOZ-waarde van € 250.000 tot € 400.000 168,00 163,00
- WOZ-waarde van € 400.000 tot € 600.000 193,00 188,00
- WOZ-waarde van € 600.000 tot € 800.000 213,00 207,00
- WOZ-waarde van € 800.000 tot € 1.000.000 256,00 249,00
- WOZ-waarde van € 1.000.000 tot € 2.000.000 432,00 420,00
- WOZ-waarde van € 2.000.000 tot € 3.000.000 2.651,00 2.577,00
- WOZ-waarde van € 3.000.000 tot € 5.000.000 5.304,00 5.155,00
- WOZ-waarde van € 5.000.000 tot € 10.000.000 6.585,00 6.401,00
- WOZ-waarde van € 10.000.000 tot € 25.000.000 8.795,00 8.548,00
- WOZ-waarde van € 25.000.000 tot € 50.000.000 13.038,00 12.673,00
- WOZ-waarde vanaf € 50.000.000 26.521,00 25.778,00
Geraamde inkomsten
2021 2022
OZB *** 4.517.000 4.697.000 * Raming inclusief begrotingswijzigingen t/m bestuursrapportage 2021.
Forensenbelasting 145.000 168.000 ** Raming primitieve begroting inclusief nieuwe voorstellen
Toeristenbelasting 1.646.000 1.746.000 *** Inclusief trend 1,5%, areaalontwikkeling en extra opbrengst windmolens
Afvalstoffenheffing 2.543.000 2.456.000
Rioolheffing 2.051.000 2.071.000
Leges omgevingsvergunning 569.000 600.000
Leges burgerzaken 342.000 347.000
Lijkbezorgingsrechten 136.000 138.000
Overige leges 17.000 17.000

Beleid ten aanzien van de lokale heffingen

OZB

In het belastingjaar 2022 worden de onroerende zaakbelastingen geheven op basis van de WOZ-waarden die naar peildatum 1 januari 2021 worden vastgesteld. Uit voorlopige berekeningen blijkt dat de gemiddelde waarde van woningen ten opzichte van peildatum 1 januari 2020 is gestegen met 8%. De gemiddelde waarde van niet-woningen is  gedaald met 1% ten opzichte van deze peildatum.

Voor de berekening van het tarief van de OZB 2022  gaan we uit van de OZB opbrengst 2021, inclusief een trendmatige verhoging van 1,5% en  areaalontwikkeling waaronder de bouw van de windmolens. De totale opbrengst voor 2022 wordt geraamd op € 4.697.000,-

Bij de berekening van de nieuwe tarieven en de opbrengst moet rekening worden gehouden met de daarvoor geldende wettelijke kaders zoals aangegeven in de Gemeentewet.

Er bestaat een relatie tussen de OZB en de algemene uitkering uit het gemeentefonds. De Financiële Verhoudingswet regelt onder meer de verdeling van de algemene uitkering uit het gemeentefonds over de gemeenten. De algemene uitkering wordt over de gemeenten verdeeld met behulp van verdeelmaatstaven die verschillen in kosten weerspiegelen, maar ook verschillen in belastingcapaciteit. De belastingcapaciteit is een afgeleide van de waarde van onroerende zaken. Gemeenten met binnen hun grenzen veel hoog gewaardeerde onroerende zaken ontvangen een lagere uitkering dan soortgelijke gemeenten met minder waardevolle onroerende zaken.

Het is de planning dat de aanslagen OZB 2022 met dagtekening 28 februari 2022 worden opgelegd.

Herwaardering naar waardepeildatum 1 januari 2021

De Wet WOZ stelt steeds hogere eisen aan de WOZ-administratie. De WOZ-waarde wordt voor veel doeleinden gebruikt en de WOZ-waarde van woningen is openbaar.

De WOZ-waarde wordt door de gemeente gebruikt voor het bepalen van het tarief voor de onroerende zaak belastingen, de rioolheffing en de forensenbelasting. De belastingdienst gebruikt de WOZ-waarde voor de inkomstenbelasting, schenkbelasting en erfbelasting. Het waterschap gebruikt de WOZ-waarde voor watersysteemheffing. Sinds oktober 2015 wordt de WOZ-waarde ook gebruikt voor het woningwaarderingsstelsel, een systeem om de maximale huurprijs voor woningen in de gereguleerde huursector te bepalen.

De WOZ-administratie is één van de zogeheten basisadministraties. De WOZ-gegevens worden uitgewisseld met de landelijke voorziening WOZ.

Momenteel zijn we volop bezig met de herwaardering van onroerende zaken naar waardepeildatum 1 januari 2021. Voor de herwaardering gebruiken wij het taxatiepakket, 4WOZ. 

In 2016 heeft de Waarderingskamer besloten dat de waardering van onroerende zaken voor de Wet WOZ moet veranderen. De belangrijkste doelstellingen van de Wet WOZ zijn kwaliteit, uniformiteit, duidelijkheid en doelmatigheid. Onder andere het aspect van uniformiteit heeft de Waarderingskamer doen besluiten om landelijk de gebruiksoppervlakte te gebruiken voor de waardering van woningen. Voor Nederlandse gemeenten wordt het daarom vanaf 1 januari 2022 verplicht om woningen op basis van gebruiksoppervlakte te waarderen. Woningen worden op dit moment gewaardeerd op basis van de bruto inhoud.  In 2017 zijn we al gestart met de voorbereidingen.  In 2021 worden de werkzaamheden afgerond zodat de woningen per 1 januari 2022 gewaardeerd zullen gaan worden op basis van gebruiksoppervlakte.

Zowel de woningen als de niet-woningen worden in eigen beheer gewaardeerd. Bij de herwaardering van niet-woningen worden wij ondersteund door een extern bureau. De agrarische objecten en de incourante objecten worden geautomatiseerd getaxeerd middels een koppeling met de landelijke taxatiewijzers (TIOX).

De WOZ-waardering vindt jaarlijks plaats. De periode tussen de peildatum en de aanvang van het tijdvak is 1 jaar. In het jaar 2022 zal er een nieuw WOZ-tijdvak ingaan met waardepeildatum 1 januari 2021.

De beschikkingen voor het jaar 2022 moeten voor 1 maart 2022 worden verzonden. De WOZ-beschikking wordt gecombineerd met de aanslag gemeentelijke belastingen opgelegd met dagtekening 28 februari 2022.

 

 Afvalstoffenheffing

Als uitgangspunt voor de bepaling van het tarief voor de afvalstoffenheffing geldt 100% kostendekkendheid. De kosten van de gemeentereiniging worden voor 2022 geraamd op € 2.455.000. Dat is iets lager dan in 2021 waardoor het tarief voor de afvalstoffenheffing kan dalen met € 9,--voor een meerpersoonshuishouden en  met € 8,50 voor een eenpersoonshuishouden. Dit is een (verwacht) gevolg van de uitvoering  van het 'communicatie- en actieplan reduceren afval en kosten'.

Heffingssystematiek

De afvalstoffenheffing is een tijdvakafhankelijke heffing. Dit betekent dat bij vestiging een aanslag naar tijdsgelang wordt opgelegd en dat bij verhuizing naar een andere gemeente of overlijden een vermindering naar tijdsgelang wordt verleend.

Berekening van kostendekkendheid afvalstoffenheffing
bedrag percentage
(bedragen x € 1.000)
Kosten taakveld 2.227
Inkomsten taakveld -391
Netto kosten taakveld 1.836 75%
Toe te rekenen kosten:
Overhead 217 8%
Rente 37 2%
BTW 314 13%
Kwijtschelding 51 2%
Totaal kosten 2.455
Opbrengst heffingen 2.455 100%

Rioolheffing

De rioolheffing is een bestemmingsbelasting en dient ter bekostiging van de gemeentelijke watertaken voor afvalwater, hemelwater en grondwater. Het Verbreed Gemeentelijk Riolering Plan (VGRP) vormt de basis voor de te plegen investeringen. De te plegen investeringen vanuit het VGRP worden gedekt uit de rioolheffing. De opbrengst voor de rioolheffing wordt geraamd op € 2.071.000. Dat is 1% hoger dan 2021 als gevolg van hogere kosten voorde gemeentelijke watertaken. Als gevolg van verschuivingen binnen de staffels zijn de tarieven licht gedaald.

Heffingssystematiek

De rioolheffing is een tijdstipafhankelijke heffing. Dit betekent dat de rioolheffing wordt geheven van degene die op 1 januari van het belastingjaar eigenaar is van een perceel. Het tarief is afhankelijk van de WOZ-waarde van het perceel.

Berekening van kostendekkendheid rioolheffing
bedrag percentage
(bedragen x € 1.000)
Kosten taakveld 1.473
Inkomsten taakveld -4
Netto kosten taakveld 1.469 71%
Toe te rekenen kosten:
Overhead 231 11%
Rente 128 6%
BTW 58 3%
Straatvegen 33 2%
Slootonderhoud 112 5%
Vijveronderhoud 40 2%
Totaal kosten 2.071
Opbrengst heffingen 2.071 100%

Toeristenbelasting

Toeristenbelasting is een algemeen dekkingsmiddel, er hoeft geen directe tegenprestatie voor te worden geleverd. Als gemeente leveren we veel ‘prestaties’ mede voor toeristen zoals het in stand houden van diverse voorzieningen (zwembaden), inrichting centrumplannen, aanleg en onderhoud fietspaden etc. 

Sinds 2017 wordt de verordening toeristenbelasting tegelijk met de vaststelling van de overige belastingtarieven in de begrotingsvergadering, maar dan telkens een jaar vooruit, ter vaststelling voorgelegd. Hiermee zijn we tegemoet gekomen aan de wens van recreatieondernemers.

In het coalitieakkoord is aangegeven dat de toeristenbelasting de komende jaren niet wordt verhoogd. Het tarief voor de toeristenbelasting 2022 is daarom bevroren op € 1,20. De beslissing over het wel of niet verhogen van de toeristenbelasting in 2023 laten we over aan het nieuwe college en raad. De desbetreffende verordening toeristenbelasting wordt daarom niet nu vastgesteld maar voor 1 juli 2022  Dat is ook het moment waarop de berekening van  de forfaitaire tarieven wordt geactualiseerd.

De geraamde opbrengst toeristenbelasting 2022 bedraagt € 1.746.000.

 

Forensenbelasting

Voor belastingjaar 2022 stellen wij voor om de tarieven trendmatig te verhogen met 1,5%. De geraamde inkomst voor 2022 bedraagt € 168.000.

Met ingang van 1 januari 2022 worden de waarden opnieuw vastgesteld naar waardepeildatum 1 januari 2021. Uit marktanalyse blijkt dat de gemiddelde waarde van recreatiewoningen in de periode tussen de peildatum 1 januari 2020 en 1 januari 2021  is gestegen (ca. 10 % stijging). Dit is aanleiding om aan de bovenkant van de waarden twee extra staffels toe te voegen.

De geraamde opbrengst forensenbelasting 2022 bedraagt € 168.000.

 

Lijkbezorgingsrechten

Voor belastingjaar 2022 stellen wij voor om de tarieven trendmatig te verhogen met 1,5%. De geraamde inkomst voor 2022 bedraagt € 138.000.

 

Leges

Voor de bepaling van de tarieven voor de leges geldt als uitgangspunt dat deze maximaal 100% kostendekkend mogen zijn. Vanuit de organisatie is in 2017 gekeken naar de kostendekkendheid van de leges omgevingsvergunning. Dit omdat door het verruimen van de mogelijkheden van vergunningsvrij bouwen en beperkte nieuwbouw de leges structureel achterbleven bij de raming. Dit gedeelte is tegen het licht gehouden. Er is gekeken naar het verschil in kostendekkendheid en naar de mogelijkheid om tot een vereenvoudiging van de tariefopbouw te komen. Het uitgangspunt hierbij is dat kleinere bouwprojecten niet te zwaar mogen worden belast. Naar aanleiding van dit onderzoek zijn de bouwleges voor 2017 al substantieel verhoogd. Voor 2018 tot en met 2021 zijn de tarieven vervolgens alleen trendmatig verhoogd. Wij stellen dan ook voor om de legestarieven in 2022 wederom alleen trendmatig te verhogen met 1,5% met uitzondering van de bij wet geregelde legesbedragen. De opbrengst voor de bouwleges, leges burgerzaken en overige leges bedraagt € 964.000,-.

De beoogde datum van inwerkingtreding van de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) is 1 juli 2022. Hierdoor verandert er veel. Zo zullen er dan nieuwe activiteiten zijn toegestaan om leges over te heffen maar er vervallen ook activiteiten waarvoor we nu wel leges mogen heffen. Dit betekent dat in de loop van 2022 een (gewijzigde) legesverordening moet worden vastgesteld. De eventuele financiële consequenties hiervan worden dan ook in beeld gebracht. Voorlopig wordt hiervoor een risico opgenomen in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing.

Kwijtscheldingsbeleid

Gemeenten kunnen met inachtneming van de Invorderingswet 1990 kwijtschelding verlenen van gemeentelijke heffingen. Gemeenten beslissen zelf of, en zo ja voor welke heffingen kwijtschelding kan worden verkregen. Gemeenten zijn gebonden aan de landelijke Uitvoeringsregeling. Alleen ten aanzien van kosten van bestaan hebben gemeenten de mogelijkheid om af te wijken van de regeling.

De rijksregeling gaat uit van 90% van de bijstandsnorm als norm voor het verlenen van kwijtschelding.

In de gemeente Aa en Hunze is er voor gekozen om 100% van de bijstandsnorm als bestaansminimum te hanteren. Onze kwijtscheldingsnorm is daarmee maximaal c.q. zo ruim mogelijk. Daarnaast is besloten om kwijtschelding mogelijk te maken voor OZB, rioolheffing en afvalstoffenheffing. Voor mensen met een inkomen dat iets meer bedraagt dan het minimum kan een gedeeltelijke kwijtschelding worden verleend.

De kwijtscheldingsverzoeken worden sinds 2011 beoordeeld door Hefpunt in Groningen. Het Hefpunt in Groningen is vanaf 2019 overgegaan in het Noordelijk Belastingkantoor.

Voor kwijtschelding van zowel de gemeentelijke belastingen als de waterschapsbelasting hoeven inwoners maar één formulier in te vullen. Wie al eens kwijtschelding heeft ontvangen, ontvangt automatisch opnieuw kwijtschelding als er sprake is van ongewijzigde omstandigheden.

 

Lokale lastendruk

In onderstaande tabel wordt de lokale lastendruk per inwoner in euro’s weergegeven over de jaren 2019 tot en met 2022:

Lokale lastendruk
jaar inwoners afval riool ozb totaal per inwoner
2019 25.385 2.003.000 2.071.000 4.301.000 8.375.000 330
2020 25.556 2.155.000 2.051.000 4.402.000 8.608.000 337
2021 25.445 2.543.000 2.051.000 4.517.000 9.111.000 358
2022 25.291 2.456.000 2.071.000 4.697.000 9.224.000 365

We streven er al jaren naar om de gemeentelijke lasten voor inwoners binnen de perken te houden. Tot en met belastingjaar 2019 is dit gelukt.

Voor het jaar 2022 gaan we uit van de OZB opbrengst 2021 inclusief een trendmatige verhoging van 1,5%, areaalontwikkeling en extra opbrengst vanwege de bouw van windmolens.  De tarieven voor de afvalstoffenheffing en dalen licht terwijl voor het rioolrecht er sprake is van een licht stijgende opbrengst.

In de tabel hierboven wordt dit zichtbaar door een verhoging van de lastendruk per inwoner van € 7,--( 2 %) ten opzichte van 2021.

Geraamde inkomsten

  

Geraamde inkomsten
2021* 2022**
OZB*** 4.517.000 4.697.000 * Raming inclusief begrotingswijzigingen
Forensenbelasting 145.000 168.000 ** Raming primitieve begroting inclusief voorstellen uit ambities
Toeristenbelasting 1.646.000 1.746.000 *** Inclusief trend 1,5% en areaalacres 2021
Afvalstoffenheffing 2.543.000 2.456.000
Rioolheffing 2.051.000 2.071.000
Leges omgevingsvergunning 569.000 600.000
Leges burgerzaken 342.000 347.000
Lijkbezorgingsrechten 136.000 138.000
Overige leges (programma 1, 2 en 3) 17.000 17.000