Wegen
Basisgegevens/uitgangspunten
De gemeente Aa en Hunze heeft 2.904.440 m2 (805 km) aan verharding in beheer en onderhoud. Hiervan is 1.631.000 m² asfaltverharding, 1.093.200 m² elementenverharding en 118.900 m² betonverharding. De overige vierkante meters betreft onverharde wegen. Verder ligt binnen de gemeentegrenzen 139 km aan fietspaden, waarvan 70% asfalt, 23% beton en 7% elementverharding.
A. Het beleidskader
Het vastgestelde Wegenbeleidsplan Aa en Hunze loopt af. Voor de nieuwe planperiode 2027-2031 is een nieuwe beheer- en beleidsplan opgesteld dat in december 2026 aan de raad ter besluitvorming wordt aangeboden. Het doel van het wegenbeheer- en beleidsplan is ervoor te zorgen, dat het onderhoud van de gemeentelijke wegen wordt uitgevoerd aan de hand van een vooraf afgesproken kwaliteit om ook in de toekomst over een goed onderhouden wegennet te kunnen blijven beschikken. Omdat de realisatie van die doelstelling op een efficiënte en effectieve manier bereikt moet worden, met de beperkte inzet van middelen, is het volgende beleidsuitgangspunt geformuleerd.
Uitgangspunt is het kwaliteitsniveau Basis dat gelijk staat aan de ondergrens van verantwoord wegbeheer volgens de CROW-wegbeheersystematiek (Centrum Regelgeving en Ontwerp Weg- en waterbouw).
B. Uit het beleidskader voortvloeiende consequenties
Bij het opstellen van de planning voor het nieuwe beheers- en beleidsplan worden we geconfronteerd met een versnelde achteruitgang van met name de asfaltverhardingen. Om de wegen op een adequaat niveau te houden (kwaliteitsniveau Basis) is een financiële bijstelling noodzakelijk.
Hoewel het nieuwe beheer- en beleidsplan nog niet door uw raad is vastgesteld, zijn de hiervoor benodigde middelen reeds verwerkt in de begroting 2027. Dit is noodzakelijk omdat het huidige beheer- en beleidsplan afloopt en de provincie als financieel toezichthouder verlangt dat gemeenten in hun begroting rekening houden met de financiële consequenties van een nieuw beheer- en beleidsplan. Met het opnemen van deze middelen wordt vooruitgelopen op de vaststelling van het plan, zonder dat daarmee al een inhoudelijk besluit over de nieuwe beleidskaders wordt genomen. De inhoudelijke afweging en vaststelling van de kaders vinden plaats bij de behandeling van het Beheer- en beleidsplan wegen 2027-2031.
C. De vertaling van de financiële consequenties in de begroting
Om te voorkomen dat achterstallig onderhoud ontstaat en om het gewenste kwaliteitsniveau van de wegen te behouden, wordt voorgesteld om de structurele storting in de voorziening wegen te verhogen met € 468.000. Daarnaast zijn 2 incidentele stortingen van € 1,0 mln opgevoerd in de jaren 2027 en 2028 ter voorkoming van achterstallig onderhoud.
D. Voortgang
Na vaststelling van het beheer- en beleidsplan wordt het onderhoudsprogramma 2027-2031 uitgevoerd.
Water en kunstwerken
Basisgegevens/uitgangspunten
De gemeente Aa en Hunze heeft 125 ha binnenwater. Daarnaast heeft de gemeente 37 vaste bruggen, 12 beweegbare bruggen, 13 steigers, 8 andere voorzieningen zoals bv. rolpalen, kademuur, leuningen e.d. en 5.310 m1 walbeschoeiing.
A. Het beleidskader
Het onderhoud van onze schouwsloten is geborgd in ons meerjarig onderhoudsbestek (t/m 2029). Het onderhoud van onze waterpartijen is vastgelegd in ons baggerbeleid- en beheerplan (2017-2026). Het onderhoud van bruggen is geregeld in ons beheerprogramma bruggen.
B. Uit het beleidskader voortvloeiende consequenties.
Voor al deze onderhoudswerkzaamheden wordt jaarlijks een budget opgenomen.
C. De vertaling van de financiële consequenties in de begroting
Voor onderhoud van onze sloten, bermsloten, sluizen en waterkeringen is € 333.000 begroot. Onderhoud aan onze waterstaatkundige werken, zoals bruggen, kano- en vissteigers, is begroot op € 100.000 (excl. brugbediening). Voor groot onderhoud aan onze bruggen is € 48.000 beschikbaar.
De financiële doorberekening moet nog worden uitgevoerd. Noodzakelijke aanpassingen in de budgetten worden meegenomen in de bestuurs-rapportage of najaarsnota.
D. Voortgang
Het onderhoud van onze schouwsloten in 2027 en verder baseren we op het nieuwe meerjarig onderhoudsbestek. Het baggeronderhoud voeren we uit op basis van het huidige plan, we werken aan een nieuw plan. Onderhoud aan bruggen doen we op basis van een onderhoudsplan.
Riolering
Basisgegevens/uitgangspunten
Onderstaande tabel geeft een overzicht van de rioleringsvoorzieningen in de gemeente Aa en Hunze.
| Rioleringsvoorzieningen | ||
|---|---|---|
| Vrijverval riolering | 286 | km |
| Mechanische riolering | 131 | km |
| Hoofdgemalen | 55 | stuks |
| Minigemalen | 404 | stuks |
| Randvoorzieningen | 10 | stuks |
| IBA’s | 35 | stuks |
| Kolken | 13998 | stuks |
| Vijvers | 27 | stuks |
A. Het Beleidskader
In 2020 is ons Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) door de raad vastgesteld voor de planperiode 2020-2024. In 2024 is ons GRP met 3 jaar verlengd, tot en met 2027. Eind 2027 wordt een nieuw beleidsplan ter vaststelling voorgelegd aan ons bestuur.
In ons huidige GRP hebben wij vastgelegd hoe wij invulling geven aan onze wettelijke zorgplicht voor afvalwater, regenwater en grondwater. Dit hebben we vertaald naar een visie, doelen en speerpunten.
Onze visie is dat we beschikken over een duurzaam en robuust water- en rioleringssysteem in bebouwd gebied, inzicht hebben in het functioneren van ons stelsel om de lasten zo laag mogelijk te houden en wateroverlast tot een minimum te beperken en dat we eenvoudig zijn te bereiken voor klachten en vragen van gebruikers.
Onze speerpunten zijn:
- Inzicht in de werking van het systeem vergroten.
- Duurzaamheid vergroten.
- Anticiperen op klimaatverandering.
- Samenwerking met waterketenpartners versterken.
In de werkregio Groningen en Noord-Drenthe werken we samen, met andere gemeenten, provincie, waterschappen en waterbedrijven, aan de Waterketen en Klimaatadaptatie.
Aan de waterketensamenwerking ligt de regionale samenwerkingsovereenkomst “Ons water centraal” en het clusterakkoord Kop van Drenthe (KvD) ten grondslag. Hierin ligt de nadruk op kwetsbaarheid en duurzaamheid. Beide akkoorden zijn verlengd t/m 2026. Eind 2026 wordt een nieuw bestuursakkoord ter vaststelling en ondertekening voorgelegd aan ons bestuur
Aan de regionale samenwerking Klimaatadaptatie ligt de regionale adaptatiestrategie (RAS) en uitvoeringsagenda (RUA) ten grondslag. Beide plannen vormen de basis voor onze Lokale adaptatiestrategie ((LAS), vastgesteld 25 april 2024) en de toegekende rijkssubsidie vanuit de Stimuleringsregeling Klimaatadaptatie en Programma zandgronden Noord-Nederland.
B. Uit het beleidskader voortvloeiende consequenties
Op basis van het inzicht in de werking van ons water- en rioolsysteem nemen we maatregelen. Jaarlijks stellen we programma's op waarin we beschrijven wat we waar en wanneer gaan doen. Hierin nemen we klimaatadaptie mee. Onze programma's stemmen we af met andere afdelingen en, waar nodig, met de werkregio.
Daarnaast geven we uitvoering aan onze Verordening afvoer hemelwater en grondwater en onze subsidieregeling afkoppelen hemelwaterafvoer.
In de waterketensamenwerking nemen we deel aan de projecten: meten & monitoren, gegevensbeheer noord, waterketenkaart, neerslagdashboard en gezamenlijk baggeren. De drie eerstgenoemde projecten krijgen een permanent karakter en zijn ondergebracht in Stichting Waterketenbeheer Noord i.o. Op 22 januari 2026 heeft ons bestuur ingestemd met toetreding tot deze stichting .
In de regionale samenwerking klimaatadaptie wordt gefaseerd uitvoering gegeven aan de RUA. Fase 2 (2026 en 2027) loopt. We nemen deel aan de regionale werkgroep, de sub-werkgroep communicatie en kennissessies.
C. De vertaling van de financiële consequenties in de begroting
De ontwikkeling van de rioolheffing is dynamisch, waarbij aan de hand van het jaarprogramma ieder jaar een actualisatie plaatsvindt van de berekening. Op die manier is de ontwikkeling van het tarief in balans met de werkelijke kosten. Om de rioolheffing stabiel te houden maken we gebruik van een (egalisatie) voorziening.
De kosten voor investeringen en onderhoud aan het riool stijgen in 2027 met 8%. Dit is het gevolg van de stijging van de salariskosten vanuit de nieuwe CAO en de doorberekening van inflatie. Deze kosten worden doorberekend in de tarieven in verband met de geldende 100% kostendekkendheid. Hoe de tarieven zich na 2027 ontwikkelen is afhankelijk van onze beheeropgave.
De aanpak van onze water- en rioleringsopgave, de financiering van onze subsidieregeling afkoppelen hemelwaterafvoer en onze bijdrage aan de regionale samenwerkingsverbanden worden gefinancierd vanuit onze voorziening.
Het Rijk stelt subsidie beschikbaar voor het meekoppelen van klimaatadaptieve maatregelen in de aanpak van wateroverlast en droogte, te weten: 33% vanuit de Stimuleringsregeling Klimaatadaptatie en 25% vanuit de subsidieregeling Programma Zandgronden Noord Nederland.
Voor de aanpak van klimaatadaptieve maatregelen, die niet uit het rioolfonds kunnen worden gefinancierd, maar waarvoor subsidie vanuit Programma Zandgronden Noord-Nederland beschikbaar is gesteld, is in 2025 extra budget begroot, verdeeld over 3 jaar (2025-2027).
D. Voortgang
We geven uitvoering aan onze jaarlijks geprogrammeerde werkzaamheden.
We streven ernaar om de, in de begroting opgenomen, budgetten nog in hetzelfde begrotingsjaar in te zetten. Sommige werkzaamheden verschuiven in de tijd doordat deze bijvoorbeeld worden gekoppeld aan andere werkzaamheden (werk met werk maken).
De Omgevingswet is per 1 juli 2024 van kracht. Het is een integrale wet die alle regels voor de fysieke leefomgeving bundelt met als doel om het beheer en de ontwikkeling van de leefomgeving meer in samenhang, flexibel en participatief te maken. Dit heeft consequenties voor ons GRP en onze beheeropgave. De komende periode, 2026 en 2027, gaan we door met het onderbrengen van ons GRP in de verschillende planvormen van de Omgevingswet, zoals bijvoorbeeld: onze beleidskeuzes en doelen in onze omgevingsvisie, en onze beheeropgave in een programma. 1 januari 2028 is er een nieuw water- en rioleringsprogramma (WRP) voorzien.
De werkregio Groningen Noord-Drenthe werkt aan een nieuwe overeenkomst voor de waterketensamenwerking. De vaststelling van deze overeenkomst staat gepland voor eind 2026 en moet per 1 januari 2027 in werking treden.
De uitvoering van fase 1 (2024-2025) van de RUA is afgerond en wordt in 2026 geëvalueerd. Fase 2 (2026-2027) loopt. Hiervoor is in de werkregio een nieuw werkplan opgesteld.
Gebouwen
Basisgegevens/uitgangspunten
De gemeente Aa en Hunze heeft 50 gemeentelijke accommodaties. Deze 50 accommodaties bestaan uit onder andere 3 kerktorens, 3 molens, 3 multifunctionele accommodaties, 2 zwembaden, 3 sporthallen, 2 gymnastieklokalen, 1 sportzaal, 18 dorpshuizen (waarvan 7 in eigendom), 1 loods met overkapping voor Openbare Werken, 4 brandweerposten, 1 gemeentehuis, 1 afvalbrengstation en 18 overige locaties. Door de verzelfstandiging van het openbaar basisonderwijs per 1 januari 2010 (stichting PrimAH) en de overheveling van het groot onderhoud per 1 januari 2015 is de gemeente niet meer verantwoordelijk voor het onderhoud van de schoolgebouwen. Als gevolg van de bevolkingskrimp is het eigendom én het onderhoud van de schoolgebouwen in Schipborg, Nieuw Annerveen, Annerveenschekanaal en Gasselternijveenschemond weer terug gegaan naar de gemeente. De schoolgebouwen in Schipborg en Gasselternijveenschemond zijn inmiddels verkocht.
A. Het Beleidskader
Het kader voor het onderhoud van de gebouwen is de door de raad op 10 april 2025 vastgestelde “nota onderhoud gebouwen”. Het betreft hier het onderhoud van de gemeentelijke gebouwen, exclusief de dorpshuizen en monumenten. In deze nota wordt gestreefd naar een onderhoudsniveau tussen de conditieschalen 2 en 3, wat overeenkomt met een goede tot redelijke onderhoudstoestand. Het gebouwenonderhoud vindt plaats op basis van onderhoudsbegrotingen in de vorm van een zogenaamde meerjarenraming voor een periode van 10 jaar. Sinds dit jaar laat de stichting PrimAH haar MJOP van de basisscholen door een extern adviesbureau opstellen. Voor de overige gebouwen wordt de MJOP vierjaarlijks geactualiseerd. Hiervoor wordt een inspectie ter plaatse uitgevoerd. Het onderhoud van dorpshuizen vindt plaats op basis van de notitie dorpshuizenbeleid die door de raad is vastgesteld. Het beheer en onderhoud van de gebouwen van de voetbalverenigingen is de verantwoordelijkheid van de vereniging geworden.
B. Uit het beleidskader voortvloeiende consequenties
Het gebouwenonderhoud wordt conform de Meerjarenonderhoudsplanning (MJOP) en het beleidskader uitgevoerd. Over de eventuele (financiële) consequenties van de driejaarlijkse inspectie zal uw raad in de voortgangsrapportages en de begroting worden geïnformeerd.
In 2024 zijn alle MJOP's van de gebouwen, de monumenten en de dorpshuizen voor de periode 2025-2034 geactualiseerd. De actualisatie van het MJOP van de gebouwen is door een extern adviesbureau uitgevoerd, waarbij alle gegevens zijn verwerkt in het onderhoudsprogramma O-prognose. Door dit onderhoudspakket zelf ook aan te schaffen kan voor de toekomst op een éénvoudige en snellere wijze de actualisatie plaatsvinden.
De grondslag voor het verantwoorden van een voorziening betreft een recent beheerplan. De notitie materiele vaste activa van de commissie BBV geeft aan dat met een recent beheerplan, een plan niet ouder dan vijf jaar wordt bedoeld. De beheerplannen van de gemeente Aa en Hunze waren ouder als vijf jaar. Inmiddels zijn alle beheerplannen geactualiseerd en de voorzieningen waarnodig bijgesteld. De bijgestelde voorzieningen zijn dit voorjaar door de Raad goedgekeurd.
C. De vertaling van de financiële consequenties in de begroting
Conform het meerjarig onderhoudsschema gemeentelijke gebouwen is voor groot onderhoud en schilderwerk van gemeentelijke gebouwen (excl. monumenten, schoolgebouwen en dorpshuizen) structureel respectievelijk € 354.000 en € 103.000 in de begroting opgenomen.
Voor groot onderhoud en schilderwerk van monumenten is dat bedrag respectievelijk € 20.000 en € 15.000 structureel. Daarnaast is een bedrag van € 421.000 beschikbaar in de exploitatie voor regulier onderhoud van de gemeentelijke gebouwen (excl. schoolgebouwen en dorpshuizen). Hiervan is € 30.000 voor monumenten.
Voor het groot onderhoud van dorpshuizen is in de exploitatie jaarlijks een bedrag van € 54.000 beschikbaar; dit bedrag maakt onderdeel uit van een subsidieregeling. We subsidiëren 70% van de kosten groot onderhoud dorpshuizen.
D. Voortgang
De in de onderhoudsbegroting geraamde werkzaamheden worden aan het begin van het jaar op een lijst van “uit te voeren werkzaamheden” geplaatst. Bij deze lijst wordt een planning opgesteld voor het desbetreffende jaar. Uitgangspunt is de werkzaamheden in het geraamde jaar uit te voeren. Bij een aantal omvangrijke werkzaamheden komen de bedragen in een periode van 2 of 3 jaar beschikbaar. Afhankelijk van de uit te voeren werkzaamheden dient de uitvoering overigens wel aaneengesloten plaats te vinden.
Op basis van onze kennis van de gebouwen, opgedane ervaringen en de recent geactualiseerde MJOP's hebben we goed zicht op de onderhoudstoestand van de gebouwen.
Groen
Onderstaande tabel geeft een overzicht van het gemeentelijk te beheren groen.
| Groenbeheer binnen de kom | ||
|---|---|---|
| Bomen | 28.000 | stuks |
| Monumentale bomen | 180 | stuks |
| Gazon | 130 | hectare |
| Ruw gras | 15,5 | hectare |
| Struiken | 34,5 | hectare |
| Vaste planten | 1.400 | m2 |
| Plantenbakken | 30 | stuks |
| Parkbos | 25,5 | hectare |
| Groenbeheer buiten de kom | ||
| Bomen | 60.000 | stuks |
| Gazon | 7 | hectare |
| Ruw gras | 300 | hectare |
| Bosplantsoen/struiken | 12,5 | hectare |
Groen
Basisgegevens/uitgangspunten
Gemeente Aa en Hunze heeft een divers en omvangrijk areaal aan openbaar groen. Het onderhoud binnen de kernen wordt grotendeels uitgevoerd door de gemeentelijke buitendienst, via kernteams onder begeleiding van voormannen. Een deel van het onderhoud buiten de kernen wordt uitbesteed, zoals de reguliere snoeiwerkzaamheden aan gemeentelijke bomen.
A. Het beleidskader
Het gemeentelijke groenbeleid is gericht op duurzaam beheer en onderhoud van het openbaar groen, met oog voor gebruikswaarde, biodiversiteit en leefbaarheid. De uitvoering vindt plaats op basis van beleidsmatige kaders, wettelijke verplichtingen en bestekken op basis van gegevens in het groenbeheersysteem.
De bomen in gemeentelijk eigendom worden planmatig en structureel onderhouden. De gemeente is daarvoor verdeeld in drie beheereenheden, waarbij ieder jaar een ander gebied aan de beurt is. Hiermee wordt invulling gegeven aan de wettelijke zorgplicht en het plan draagt bij aan de veiligheid, vitaliteit en duurzaamheid van het bomenbestand. Het onderhoud aan monumentale bomen wordt uitbesteed aan de Bomenwacht.
In de afgelopen jaren is ervaring opgedaan met ecologisch bermbeheer op een aantal trajecten in het buitengebied. Dit wordt doorgezet in het Bermbeheerplan dat eind 2025 door de gemeenteraad is vastgesteld.
In 2025 zijn in het kader van de Basiskwaliteit Natuur voor deelgebieden in de gemeente Natuurwaardenkaarten opgesteld. De kaarten gaan over de algemene soorten buiten natuurgebieden. Ze geven inzicht in de staat van de basiskwaliteit natuur in de gemeente. Ook worden maatregelen voorgesteld om deze basiskwaliteit te verhogen.
Het opstellen van het soortenmanagementplan (SMP) is gestart in 2025. Het plan onderzoekt welke beschermde soorten in een gebied voorkomen en beschrijft hoe hun leefgebieden beschermd en verbeterd kunnen worden. Met het SMP wordt een gebiedsgerichte omgevingsvergunning aangevraagd bij de provincie, wat het mogelijk maakt om te verduurzamen zonder telkens afzonderlijke ecologische onderzoeken en vergunningen voor flora- en fauna-activiteiten te moeten aanvragen.
In 2026 wordt verder invulling gegeven aan het gemeentelijk flora- en faunabeleid voor beschermde soorten. Onderdeel hiervan is de implementatie van de gedragscode soortenbescherming voor gemeenten. Deze gedragscode geeft kaders voor het uitvoeren van beheerwerkzaamheden in overeenstemming met de Omgevingswet.
Het speerpunt biodiversiteit is in de Duurzaamheidsvisie is opgenomen. De Duurzaamheidsvisie is uitgewerkt in een uitvoeringsagenda. Hierin staat dat we door gaan met oplossingen om de biodiversiteit in de gemeente te vergroten, dat er bij woningbouw rekening wordt gehouden met natuurinclusieve maatregelen en dat in 2030 de gronden rondom gemeentelijk vastgoed en openbaar groen natuurlijk en klimaatadaptief zijn ingericht.
B. Uit het beleidskader voortvloeiende consequenties
Tijdens de uitvoering van het Bermbeheerplan is gebleken dat een andere werkwijze voor het afvoeren van bermmaaisel moet worden gekozen om te voldoen aan de geldende wet- en regelgeving.
In 2027 wordt het ecologisch onderzoek in het kader van het soortenmanagementplan afgerond en wordt de gebiedsgerichte vergunning bij de provincie aangevraagd. Verspreid over meerdere locaties zijn voorzieningen voor beschermde soorten geplaatst als compensatie. Deze voorzieningen worden de komende jaren gemonitord. Hiermee wordt voldaan aan de wettelijke verplichting om soorten te beschermen bij het isoleren/verduurzamen van woningen.
In 2026 is de gedragscodetool geïmplementeerd in de gemeentelijke organisatie. Deze tool zorgt er voor dat we bij reguliere beheer- en onderhoudswerkzaamheden voldoen aan de Gedragscode soortenbescherming gemeenten. Ook kunnen beheer en ruimtelijke ontwikkelingen beter worden afgestemd op het behoud van beschermde soorten in de gemeente.
Om invulling te geven aan de ambities op het gebied van biodiversiteit in de Duurzaamheidsvisie starten we in 2027 met het biodiverser en klimaatadaptiever inrichten van gronden rond gemeentelijk vastgoed. De inventarisatie uit 2026 ligt hieraan ten grondslag. Ook voeren we projecten uit om het leefgebied van de patrijs en de steenuil in de gemeente te verbeteren. Met stichting Steenbreek wordt onderzocht of het project Tuinrangers in 2027 in de gemeente van start kan gaan.
C. De vertaling van de financiële consequenties in de begroting
Voor de financiering van het soortenmanagementplan (SMP) is het benodigde budget beschikbaar gesteld.
De uitvoering van het bermbeheerplan veroorzaakt een stijging in de kosten. Hiervoor is een aanvullend bedrag opgenomen in de begroting.
Voor de implementatie van de gedragscode soortenbescherming wordt uitgegaan van inzet binnen bestaande capaciteit.
De financiële uitwerking van de ambities op het gebied van biodiversiteit vindt plaats binnen de uitvoeringsagenda van de Duurzaamheidsvisie.
D. Voortgang
In 2027 gaan we verder met de uitvoering van het bermbeheerplan zoals dat door de raad is vastgesteld.
Het bomenonderhoud vindt plaats volgens het vastgestelde bomenonderhoudsplan. De gemeente is opgedeeld in drie beheereenheden, waarbij jaarlijks een andere eenheid aan de beurt is. Het onderhoud aan monumentale bomen wordt jaarlijks uitgevoerd door een externe partij (Bomenwacht).
In 2027 wordt de gebiedsgerichte vergunning op basis van het Soortenmanagementplan aangevraagd bij provincie Drenthe. Hiervoor zijn compensatievoorzieningen voor beschermde soorten gerealiseerd op (voornamelijk) gemeentelijk vastgoed. Met het verkrijgen van de vergunning start ook de 10 jaar monitoring.
In 2027 is de gedragscode soortenbescherming gemeente in de organisatie geïmplementeerd en ingebed in het reguliere beheerproces. Medewerkers worden hierin begeleid, en bij werkzaamheden wordt gewerkt volgens de ecologische werkprotocollen en de gedragscodetool.
In 2027 gaan we door met het invullen van de ambities op het gebied van biodiversiteit binnen de kaders van de Duurzaamheidsvisie. Activiteiten die bijdragen aan groenbeheer en ecologische versterking worden waar mogelijk gekoppeld aan andere projecten en programma’s binnen de fysieke leefomgeving.