Algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien

Algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien

Terug naar navigatie - Algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien - Algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien

Onderstaande tabel geeft een overzicht van de algemene dekkingsmiddelen. Het betreft met name de Onroerendezaakbelasting (OZB), de toeristenbelasting, de forensenbelasting en de uitkering uit het gemeentefonds. Deze middelen kennen in tegenstelling tot heffingen als de riool- of afvalstoffenheffing geen vooraf bepaald bestedingsdoel. De niet vrij aanwendbare heffingen worden, evenals de ontvangsten van de specifieke uitkeringen in de programma’s waarvan ze voor een deel de kosten dekken, onder de baten verantwoord. Voor het totaalbeeld van alle lokale heffingen wordt verwezen naar paragraaf Lokale heffingen.                                                                                                             

Overzicht algemene dekkingsmiddelen
In de tabel wordt een overzicht gegeven van de  algemene dekkingsmiddelen. Onder de tabel worden de onderdelen kort toegelicht. 

Algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien
Realisatie Begroting Toelichting
2025 2026* 2027**** 2028 2029 2030
(bedragen x € 1.000) * Raming inclusief begrotingswijzigingen t/m bestuursrapportage 2026.
Lokale heffingen: ** Algemene uitkering uit het gemeentefonds o.b.v. de meicirculaire 2026.
Onroerende zaakbelastingen 5.404 5.410 5.624 5.868 6.098 6.343 *** Geprognosticeerde stand per 31 december.
Toeristenbelasting 2.438 2.465 2.515 2.515 2.515 2.515 **** De ramingen 2027 en verder zijn inclusief de nieuwe voorstellen
Forensenbelasting 284 295 301 309 316 324
Algemene uitkering uit het gemeentefonds** 57.884 55.048 57.388 57.780 58.057 58.941
Dividenden 317 245 268 268 268 268
Vrije Algemene Reserve*** 11.242 9.546 6.292 4.004 3.334 2.934
Totaal algemene dekkingsmiddelen 77.569 73.009 72.388 70.744 70.588 71.325
Bedrag voor onvoorzien 0 17 17 17 17 17

Toelichting algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien

Terug naar navigatie - Algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien - Toelichting algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien

Lokale heffingen
De inkomsten uit de OZB voor 2027 zijn geraamd op basis van een inflatiepercentage van 2,1% (€ 114.000), areaalontwikkeling (€ 50.000
) en een meeropbrengst ivm extra nieuwbouw (€ 50.000). De inkomst voor 2027 wordt berekend op basis van de OZB-opbrengst van het voorafgaande jaar, vermeerderd met de meeropbrengst voor 2027 op basis van hiervoor genoemd inflatiepercentage en areaal accres. Voor de jaren 2028, 2029 en 2030 gaat het structureel om een inflatiepercentage van respectievelijk  2,6% , 2,3 % en 2,5%. Daarnaast wordt de inkomst in de periode per jaar verhoogd door een areaal accres van € 50.000  en een meeropbrengst ivm extra nieuwbouw van € 50.000. 

De ramingen voor de forensenbelasting worden bepaald door de raming van een voorafgaand jaar plus de trendmatige ontwikkeling.  Voor 2027 wordt de opbrengst verhoogd met een inflatiepercentage van 2,1%. 

 De opbrengst van de toeristenbelasting voor 2027 wordt structureel verhoogd met € 50.000. Deze aanpassing heeft geen gevolgen voor de tarieven en is het gevolg van een hoger aantal overnachtingen (areaaluitbreiding). Het tarief voor 2027 blijft € 1,55 per overnachting. 

Voor het beleid omtrent de lokale heffingen wordt verder verwezen naar de paragraaf lokale heffingen.

Algemene uitkering uit het gemeentefonds
De algemene uitkering is berekend op basis van de meicirculaire 2026.

Dividenden
De gemeente Aa en Hunze ontvangt jaarlijks dividenduitkeringen vanuit haar aandelenbezit in de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG), Enexis en de Waterleidingmaatschappij Drenthe.

Vrije Algemene Reserve (VAR)
Voor 2027 wordt een bedrag aan de VAR onttrokke
n van € 3.255.000.  Voor de periode 2028-2030 wordt per saldo een vermindering van €  3.358.000 geraamd. Het betreft het totaal van de incidentele mutaties van de ambities, ombuigingen  en het gemeentefonds.

Saldo financieringsfunctie
De gemeente Aa en Hunze heeft ter financiering van haar activiteiten in het verleden totaal €  7 miljoen aangetrokken. De boekwaarde hiervan bedraagt op 1 januari 2027 € 2,1 miljoen. De hiermee gepaard gaande rentelasten bedragen € 800. Deze lasten worden volledig toegerekend aan de diverse programma’s op basis van de boekwaarde van de investeringen.

Bedrag voor onvoorzien
In de begroting is een bedrag op genomen van € 17.000.